
Even checken:
Ik weet wat ik wil bereiken (resultaat)
□ Nee
□ Ongeveer
□ Ja, duidelijk
Ik weet wat ik daarvoor ga doen (gedrag)
□ Nee
□ Een beetje
□ Ja, concreet
Ik heb het concreet gemaakt (wanneer, waar en hoe)
□ Nee
□ Een beetje
□ Ja, duidelijk
Ik heb nagedacht over hoe ik dit als vaste gewoonte in mijn dag/week kan inpassen
□ Nee
□ Een beetje
□ Ja, duidelijk
Ik weet wat ik nog moet leren of oefenen om dit goed te kunnen doen
□ Nee
□ Een beetje
□ Ja, duidelijk

Bijvoorbeeld:
“Ik ga meer bewegen” is vaag. Het is een intentie, maar nog geen plan.
“Ik wil me over 3 maanden fitter voelen: ik wil zonder buiten adem te raken 20 minuten kunnen wandelen en me aan het einde van de dag minder moe voelen.”
→ Dit is wat ik wil bereiken (mijn doel).
“Daarvoor ga ik drie dingen doen:
→ Dit zijn de dingen die ik ga doen (gedragsdoelen).
“Ik moet nog leren om mijn week zo te plannen dat ik dit ook echt doe, vooral op drukke dagen.”
→ Dit is wat ik nog moet leren of oefenen.
“Als ik na het eten de tafel heb afgeruimd, dan trek ik meteen mijn schoenen aan en ga ik naar buiten.”
→ Dit helpt om er een vaste gewoonte van te maken.
Waarom dit telt:
Motivatie is niet genoeg. Zonder concreet plan wordt het lastig om in actie te komen. Je wil weten wat je doel is, en hoe je daar komt.
Gewoontes kosten daarnaast minder energie dan wanneer je iedere keer opnieuw moet bedenken wat je wel of niet gaat doen. Gewoontes helpen om je voornemen ook vol te houden als je bijvoorbeeld moe of gestrest bent.
Je hebt een plan. De volgende stap is: kun je het ook echt gaan doen in je dagelijks leven?
Ga naar check 4: ik doe het
Alles over goede voornemens is een initiatief van Brickhouse Academy
Copyright© Brickhouse Academy | Alle rechten voorbehouden