Waarom beginnen beter werkt dan stoppen bij goede voornemens

Onderzoek

Titel: A large-scale experiment on New Year’s resolutions: Approach-oriented goals are more successful than avoidance-oriented goals

Onderzoekers: Martin Oscarsson, Per Carlbring, Gerhard Andersson, Alexander Rozental

Gepubliceerd in: PLOS ONE

Jaar: 2020

Wat was de vraag in het onderzoek?

In deze studie wilden de onderzoekers drie dingen weten:

  • Welke goede voornemens mensen kiezen als ze volledig vrij zijn in hun formulering
  • Of sommige soorten voornemens succesvoller zijn dan andere
  • Of begeleiding (in de vorm van informatie en oefeningen over doelen stellen) invloed heeft om een voornemen beter vol te houden

 

Bij wie hebben ze het onderzocht?

Aan het onderzoek deden 1.066 Zweedse volwassenen mee.

De deelnemers meldden zich zelf aan, onder andere via social media en media-aandacht rond de jaarwisseling.

Hoe is het onderzoek uitgevoerd?

Deelnemers formuleerden aan het begin van het jaar hun eigen goede voornemen.


Vervolgens werden ze verdeeld over drie groepen:

  • Geen ondersteuning: deelnemers gingen zelfstandig aan de slag en kregen geen inhoudelijke begeleiding.
  • Enige ondersteuning: in aanvulling op de ‘geen ondersteuning groep’ konden deze deelnemers informatie over de positieve effecten van sociale steun en kregen zij wat informatie en oefeningen hoe je met barrières die je onderweg tegenkomt omgaat.
  • Uitgebreide ondersteuning: deelnemers kregen in aanvulling op de vorige groepen informatie én oefeningen over effectief doelen stellen. Ze leerden doelen SMART te stellen (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) en leerden om ook tussentijdse doelen te stellen in plaats van één groot einddoel. Ook leerden ze dat je een doel beter als toenaderingsdoel kunt  formuleren (wat ga je wél doen) in plaats van als vermijdingsdoel (wat ga je niet meer doen/waarmee ga je stoppen).


Naast de informatie en oefeningen over het stellen van doelen kreeg deze groep ook nog informatie en oefeningen over motivatie en het doorbreken van een negatieve spiraal.


De onderzoekers volgden de deelnemers gedurende het jaar om te kijken in hoeverre zij hun voornemen volhielden.

Wat kwam er uit het onderzoek?

1. De drie meest voorkomende typen goede voornemens waren:

  • doelen gericht op fysieke gezondheid
  • doelen gericht op afvallen
  • doelen rond eten en drinken


2. Niet alle doelen zijn even effectief

Toenaderingsdoelen bleken effectiever te zijn dan vermijdingsdoelen.


3. Rol van ondersteuning nog niet duidelijk
Deelnemers in de tweede groep (‘enige ondersteuning’) die begeleiding kregen (informatie en oefeningen) rapporteerden vaker dat ze succesvol waren dan deelnemers zonder ondersteuning én dan deelnemers in de groep met uitgebreidere ondersteuning. Hoe dit precies zit, is nog niet duidelijk.

 

Wat betekent dat voor goede voornemens?

De formulering van je doel maakt verschil. Formuleer vooral toenaderingsdoelen in plaats van vermijdingsdoelen.


  • Een voorbeeld van een toenaderingsdoel is dat je ’s avonds als je op de bank zit verse muntthee gaat drinken.
  • Een voorbeeld van een vermijdingsdoel is dat je ’s avonds als je op de bank zit geen suikerhoudende frisdrank meer drinkt.


Een doel als “ik ga 3x per week wandelen na het avondeten” werkt beter dan “ik moet minder stilzitten”. Bedenk dus vooral waarmee je gaat starten in plaats van waarmee je gaat stoppen.